Het is kwart over drie als ik bij familie aankom. We hebben een intakegesprek waarin de familie vertelt bij welke ondersteuning zij het beste geholpen zijn. Dit blijkt tijdens de nachten te zijn. Mevrouw is in slaap gebracht. Als vrijwilligers in de komende nachten kunnen waken, dan kan de familie er overdag voor haar zijn. De familie is heel hartelijk en warm. Ondanks de verdrietige situatie dat hun geliefde binnenkort zal overlijden, is er een rustige en gemoedelijke sfeer. Een half uur later nemen we afscheid.

In het team van 11 vrijwilligers zijn er enkelen die aangegeven hebben de nachten te willen waken. Het is een pittige taak… de hele nacht wakker blijven, op de ademhaling letten en bij onrust actie ondernemen. Een buitenstaander kan denken “dat is heftig!”. Geloof het of niet, maar onze vrijwilligers staan te popelen.

Om half vijf heb ik de planning voor dezelfde avond en de twee daaropvolgende nachten rond, dankzij de supersnelle reacties van de vrijwilligers. Vijf minuten later word ik gebeld door een familielid. Mevrouw is overleden. Zo snel had niemand zien aankomen.

VPTZ-coördinatoren in andere gemeenten maakten dit ook al eens mee, vertelden ze me. Maar nu ik het zelf meemaak, voelt het toch apart. Een uur geleden zat ik bij hen aan tafel en lag mevrouw nog in diepe slaap met een regelmatige ademhaling. Geen tekenen van een naderend overlijden, zoals ik in mijn opleiding heb meegekregen. Maar zo snel kan het soms gaan.